Meteen naar de content

Tijd om het je gezellig te maken 🍂

Winkelwagen

Je winkelwagen is leeg

Twee crèmekleurige kledingkasten naast elkaar, greeploos, voor een terracotta muur met zonlicht en raamschaduwen

De juiste kledingkast kiezen: afmetingen, diepte en opbergruimte

Bij een kledingkast beslist je meetlint, niet je smaak. We lopen de drie maten langs die er echt toe doen – breedte, diepte, hoogte – en laten zien hoe je je kamer goed opmeet.

Hondenmand wassen: hoe vaak & hoe goed? Je leest De juiste kledingkast kiezen: afmetingen, diepte en opbergruimte 10 minuten

Bij een kledingkast beslist niet je smaak, maar je meetlint. De meeste miskopen ontstaan doordat iemand de breedte plant en de diepte vergeet – en dan hangen de jassen scheef omdat er twee centimeter tekortkomt. Wil je de juiste kledingkast kiezen, dan heb je drie getallen nodig: de breedte van de nis, de beschikbare diepte inclusief de deuropening en je echte behoefte aan opbergruimte. We lopen ze een voor een langs, met concrete afmetingen in plaats van vage vuistregels. En we beginnen daar waar de meesten te snel gaan: bij het opmeten.

Losjes opgerold geel centimeterlint met zwarte cijfers en metalen uiteinde op een witte achtergrond

Inhoudsopgave

  1. Voor de aankoop: wat je kamer echt toelaat
  2. Hoe diep moet een kledingkast zijn?
  3. Hoeveel kastbreedte je per persoon nodig hebt
  4. Indeling: roede, legplanken en lades slim combineren
  5. Hoogte, deuren en lastige ruimtes
  6. Deze mokebo-kasten passen in welke kamer

Voor de aankoop: wat je kamer echt toelaat

Pak je meetlint en meet de breedte van je opstelplek op drie hoogtes: onderaan bij de vloer, halverwege en bovenaan. Muren in oudere woningen zijn zelden recht, en het kleinste van die drie getallen is je echte maximale breedte. Trek daar nog een tot twee centimeter speling van af, anders wordt het inschuiven millimeterwerk.

Dan komt waar veel mensen overheen kijken. Plinten lopen langs bijna elke muur en houden de kast een tot twee centimeter van de wand – of je rekent die afstand in, of je zaagt de plint ter plaatse uit. Hetzelfde geldt voor radiatoren, vensterbanken, lichtschakelaars en draairichtingen van deuren. Meet dus niet alleen de muur, maar ook de weg ernaartoe: past de kast in onderdelen door je kamerdeur?

Voor de hoogte heb je twee waardes nodig. Ten eerste de plafondhoogte min zo'n vijf centimeter lucht, zodat je er bovenop nog kunt stoffen. Ten tweede de kantelhoogte voor de montage. Bouw je de kast liggend op en zet je hem daarna rechtop, dan heeft hij even meer ruimte nodig dan zijn uiteindelijke hoogte – bij lage plafonds wordt dat krap. Veiliger is het om hoge kasten staand te monteren of te kiezen voor een model met een losse opzetkast.

Tot slot de truc die je de meeste frustratie bespaart: plak de plattegrond van je droomkast met schilderstape op de vloer. Bij draaideuren teken je de openingsradius meteen mee, zo'n 80 centimeter vrije ruimte voor de kast. Ga er vervolgens in staan en open de denkbeeldige deur. Stoot je daarbij tegen het voeteneind van je bed, dan weet je dat nu en niet pas na de levering.

Hand rolt crèmekleurige schilderstape van een tesa-rol af op een grijze betonvloer, langs een witte plint voor een witte muur.

Hoe diep moet een kledingkast zijn?

Hier gaat het bij de meeste kledingkasten mis – en juist over de diepte zijn de meeste gidsen weinig concreet. Terwijl de rekensom simpel is. Een gewone kleerhanger is ongeveer 45 centimeter breed. Komen er jasmouwen, capuchons of dikkere winterjassen bij, dan heb je eerder 60 centimeter nodig. Daarom is een diepte tussen 58 en 60 centimeter de standaard geworden: je kleding hangt dwars aan de roede, de deur sluit zonder weerstand en er kreukt niets.

Welke kastdiepte is optimaal? Voor een slaapkamerkast waarin overhemden, jurken en jassen moeten hangen, zijn dat die 58 tot 60 centimeter. Minder kan, maar kost je comfort. Bij zo'n 50 centimeter past de kledingroede niet meer dwars en moet hij in de lengte worden ingebouwd – als uittrekbare hangroede, waarbij je kleding achter elkaar hangt. Dat werkt, maar is minder overzichtelijk en maakt zoeken 's ochtends omslachtiger. Onder de 45 centimeter hangt er niets meer fatsoenlijk. Zulke kasten zijn puur vouwkasten of commodes: ideaal voor de gang, ongeschikt voor de slaapkamer.

Andersom levert meer diepte nauwelijks iets op. In een kast van 70 centimeter diep hangt net zoveel kleding als in een van 60 – de extra ruimte belandt achterin, waar je hem niet ziet en niet bereikt. Het kost je alleen vloeroppervlak. Tien centimeter diepte over de volle kamerbreedte is zo een halve vierkante meter die je elders mist.

Reken bij het plannen ook het front mee. Grepen steken twee tot vier centimeter uit, greeploze fronten met push-to-open niet. Staat je kast in een nis of gaat er een deur naast open, dan beslist precies dat detail of het past.

Hoeveel kastbreedte je per persoon nodig hebt

Hoeveel kast je per persoon nodig hebt, laat zich verrassend goed becijferen. Als richtlijn geldt ongeveer een kubieke meter opbergruimte per persoon – dat komt neer op een kastgedeelte van 100 centimeter breed bij krap twee meter hoog en 58 centimeter diep.

In de praktijk werken deze waardes goed:

  • Voor één persoon alleen is zo'n 150 centimeter breedte comfortabel genoeg.
  • Een stel rekent op minstens 200 centimeter, prettiger is 250.
  • Gezinnen die ook kinderkleding en beddengoed in dezelfde kast opbergen, zitten al snel op 350 centimeter.
  • Voor een kinderkamer volstaat 70 tot 90 centimeter, omdat kinderkleding korter is en je onder de roede nog legplanken kwijt kunt.
Geel rolmaat, recht uitgetrokken op een lichte laminaatvloer met eikenlook, met de metalen haak vooraan en het opschrift „16FT“

Deze getallen zijn richtlijnen, geen wetten. Twee dingen verschuiven ze flink. Ten eerste je kledingstijl: wie veel lange jurken en jassen heeft, heeft meer hangruimte nodig en komt met minder legplanken uit. Wie vooral T-shirts en jeans draagt, vouwt het meeste op en heeft eerder plankbreedte dan roedelengte nodig. Ten tweede de vraag wat er nog meer in moet. Beddengoed, handdoeken, koffers en seizoenskleding slokken makkelijk een halve meter kastbreedte op – heb je daar geen andere plek voor, reken die dan meteen mee.

Plannen jullie met z'n tweeën, dan is onze gids De perfecte kledingkast voor 2 personen de moeite waard. Daarin gaan we dieper in op de verdeling tussen twee mensen.

Nog een eerlijke tip tot slot: koop niet op goed geluk groter. Een modulair systeem dat je later met een element uitbreidt, is het slimmere antwoord op een onzekere behoefte dan een overgedimensioneerde kast die de kamer verstikt.

Indeling: roede, legplanken en lades slim combineren

De buitenmaten bepalen hoeveel erin past. De indeling bepaalt of je 's ochtends vindt wat je zoekt.

Een driedeling werkt als uitgangspunt. De middelste zone op oog- en grijphoogte is voor wat je dagelijks draagt – een hangroede voor overhemden en blouses, daar direct onder open legplanken voor truien en shirts. Onderin gaat wat zwaar is of zelden gebruikt wordt: schoenendozen, sporttassen, koffers. En bovenin bewaar je seizoensspullen. Winterdekens, zomerkleding in januari, het logeerbeddengoed.

Bij de afzonderlijke elementen loont het om eerlijk tegen jezelf te zijn:

  • Een kledingroede heeft zo'n 100 centimeter hoogte nodig voor overhemden en jasjes. Jurken en jassen willen eerder 150 centimeter. Heb je allebei, verdeel de kast dan verticaal in plaats van één roede op een compromishoogte te hangen.
  • Legplanken voor gevouwen kleding werken het best bij 30 tot 35 centimeter hoogte. Hogere vakken verleiden tot torens die instorten zodra je het onderste stuk eruit trekt.
  • Lades zijn de plek voor alles wat klein is: ondergoed, sokken, riemen, sieraden. In open vakken raakt dat meteen kwijt. Een softclose-geleider maakt daarbij het verschil tussen een meubel dat na twee jaar klemt en een dat loopt als op dag één.

Plan liever één zone te weinig dan te veel. Een kast met twaalf minivakjes oogt netjes in de folder en is in het dagelijks leven een puzzel. Twee ruime zones die je duidelijk kunt toewijzen, houden de boel langer op orde.

Hoogte, deuren en lastige ruimtes

Voor de hoogte zijn er twee zinvolle wegen. Een kast van rond de 190 centimeter past vrijwel overal, is probleemloos te monteren en je komt zonder opstapje overal bij. Een plafondhoge kast van rond de 230 centimeter haalt daarentegen duidelijk meer opbergruimte uit hetzelfde vloeroppervlak – en er ontstaat geen stofrand bovenop. Twijfel je, dan is een systeem met een opzetkast die je later toevoegt de ontspannen oplossing: je begint laag en bouwt door zodra de ruimte krap wordt.

Bij de deuren gaat het minder om het uiterlijk dan om de centimeters vóór de kast. Draaideuren hebben ongeveer 80 centimeter openingsradius nodig, maar geven je het volledige zicht in de kast en kosten binnenin geen diepte. Schuifdeuren hebben nul ruimte naar voren nodig, maar verliezen binnenin een paar centimeter aan de looprail en geven altijd maar de helft van de kast vrij. Vuistregel: in krappe slaapkamers waar het bed vlak voor de kast staat, winnen schuifdeuren. Overal elders zijn draaideuren de praktischere keuze.

Blijven de lastige ruimtes. Onder een schuin dak meet je de bruikbare hoogte op de plek waar de voorkant van de kast komt te staan – niet bij de muur. Vaak past daar alleen een lage kast, maar dan kun je wel de breedte in. In kamerhoeken loont een smalle module van 45 tot 50 centimeter breed die de reststrook opvult, in plaats van de hoek leeg te laten. En in kleine ruimtes oogt een lichte kast in beige of wit merkbaar lichter dan een donkere, omdat hij minder rand laat zien.

Deze mokebo-kasten passen in welke kamer

Bij mokebo vind je modulaire kledingkasten die je op je kamer afstemt in plaats van andersom. Beide systemen zijn 58 centimeter diep – genoeg om je kleding dwars aan gewone hangers te laten hangen zonder dat de deur ertegenaan drukt. Ze worden in Duitsland gemaakt en komen per pakketdienst tot aan je voordeur.

Twee kledingkasten naast elkaar met open deuren. Links: antracietgrijs, overhemden, broeken en een jas aan de roede, drie lades onder elke helft. Rechts: crèmekleurig, kussens en een doos in het bovenvak, overhemden en T-shirts aan de roede, drie lades onder elke helft, voor een terracottakleurige muur.

De kledingkast 'Robe' is de kast voor wie van rust houdt. De greeploze fronten in kasjmier-beige openen met push-to-open, een lichte druk is genoeg. Met 20 millimeter plaatdikte en softclose-lades is hij de stevigste van de twee systemen, en de breedtes van 46 tot 225 centimeter dekken elke situatie af – van een smalle module in een nis tot een kastwand voor twee personen. Verkrijgbaar in 197 of 234 centimeter hoogte, afhankelijk van of je tot aan het plafond wilt of niet.

De kledingkast 'Grid' is de klassiekere variant met draaideuren en grepen, verkrijgbaar in wit en antraciet. Met breedtes van 90 tot 180 centimeter en hoogtes van 187 tot 234 centimeter raakt hij de typische slaapkamermaten, en antraciet is de kleur die veel mensen zoeken in een kamer met lichte muren. Ook 'Grid' is modulair opgebouwd, dus je combineert de modules die bij jouw wand passen.

Welk van de twee systemen het beste bij je past, hangt vooral af van het uiterlijk, de plaatdikte en de beschikbare breedtes. De verschillen hebben we in De grote mokebo kledingkast-vergelijking: 'Robe' of 'Grid'? uitgebreid naast elkaar gezet.

Nog een tip uit de praktijk: ben je net verhuisd en weet je nog niet hoeveel opbergruimte je echt nodig hebt, begin dan liever smaller en breid later uit met een module. Dat is een veel goedkopere correctie dan een te grote kast die je over twee jaar weer uit elkaar haalt. En bestel vooraf een houtmonster – beige en wit ogen totaal anders, afhankelijk van de lichtinval in de kamer.

Schrijf een reactie

Alle reacties worden vóór publicatie beoordeeld.

Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.

Sale

Lorem ipsum dolor simet.

Shop now